Energietransitie in België: tussen vooruitgang en structurele uitdagingen

Energietransitie in België: tussen vooruitgang en structurele uitdagingen

In Wallonië blijft de ontwikkeling van windenergie doorgaan. In 2025 hebben nieuwe installaties de geïnstalleerde capaciteit verhoogd, die inmiddels een aanzienlijk deel van het elektriciteitsverbruik dekt.

De ontwikkeling van hernieuwbare energie in België gaat vooruit, maar blijft gekenmerkt door uiteenlopende dynamieken. Terwijl windenergie haar heropleving bevestigt, vertraagt de groei van fotovoltaïsche energie na een uitzonderlijk jaar in 2023. In een gespannen energiecontext blijft de vraag naar energie-soevereiniteit actueler dan ooit.

Volgens EDORA, dat alle actoren van de energietransitie vertegenwoordigt (wind, zon, waterkracht, bio-energie en groene warmte), gaat het er niet om één technologie te bevoordelen, maar om een evenwichtige energiemix op te bouwen. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op het garanderen van de bevoorradingszekerheid, terwijl de transitie wordt versneld.

Reële vooruitgang, maar nog onvoldoende
In Wallonië zet de ontwikkeling van windenergie zich voort. In 2025 hebben nieuwe installaties de geïnstalleerde capaciteit verhoogd, die inmiddels een aanzienlijk deel van het elektriciteitsverbruik dekt. Ondanks deze vooruitgang blijft het tempo onvoldoende om de doelstellingen tegen 2030 te halen.

Daarentegen vertraagt de groei van fotovoltaïsche energie. Het einde van het systeem van de “terugdraaiende teller” heeft een sterke impact gehad op nieuwe installaties. Deze vertraging wakkert het debat aan over het werkelijke traject van de energietransitie in België.

Meer in het algemeen loopt het land op Europees niveau nog achter op het vlak van hernieuwbare energie. Een grote uitdaging ligt in de warmtesector, die nog steeds een aanzienlijk deel van het energieverbruik vertegenwoordigt en waarvan de decarbonisatie te traag verloopt.

Regionale benaderingen groeien naar elkaar toe
Historisch gezien hebben Vlaanderen en Wallonië verschillende strategieën gevolgd: een meer socio-economische aanpak in het noorden en een meer milieugerichte in het zuiden. Vandaag groeien deze visies naar elkaar toe.

Wallonië toont de laatste jaren een zekere dynamiek, vooral in windenergie, terwijl Vlaanderen verder staat op domeinen zoals warmtenetten. Voor zonne-energie wordt een herverdeling verwacht, onder meer via projecten op daken, parkings en industriële brownfields.

De uitdaging van vergunningen en draagvlak
Ondanks het grote potentieel blijven veel projecten geblokkeerd. Vergunningen vormen nog steeds een belangrijke hinderpaal, onder meer door juridische procedures en soms sterk georganiseerde lokale tegenstand.

Dit onderstreept een cruciale uitdaging: het verzoenen van lokale belangen met globale doelstellingen. De Europese Unie heeft hiervoor het concept van “dwingend openbaar belang” voor hernieuwbare energie ingevoerd, om de uitrol te versnellen.

Netwerken onder druk
De ontwikkeling van hernieuwbare energie botst ook op een structurele beperking: de capaciteit van het elektriciteitsnet. Lange aansluittermijnen en hoge kosten vertragen de realisatie van veel projecten.

Het versterken van de infrastructuur is daarom essentieel, net als de ontwikkeling van flexibiliteitsoplossingen, opslag en slimme vraagsturing.

Warmte: de blinde vlek van de transitie
Hoewel hernieuwbare elektriciteit vooruitgaat, blijft de transitie in de verwarmingssector achter. Warmtepompen worden gezien als een sleuteloplossing, maar de uitrol blijft beperkt.

Dit heeft verschillende oorzaken: de elektriciteitsprijs, die lange tijd hoger lag dan die van gas, maar ook de staat van het gebouwenpark. Een meer pragmatische, case-by-case aanpak kan de adoptie echter versnellen.

Bemoedigende politieke signalen
Tot slot wijzen verschillende recente ontwikkelingen op een versnelling in de komende jaren: kortere vergunningstermijnen, betere regionale coördinatie en aangekondigde maatregelen zoals een tax shift ten gunste van elektriciteit.

Het jaar 2026 zou zo een kantelpunt kunnen worden, op voorwaarde dat structurele obstakels worden weggewerkt en een coherente langetermijnvisie wordt aangehouden.

Bron: Projecto, interview met Fawaz Al Bitar, directeur-generaal van EDORA