REACH in vogelvlucht
Per 30 november 2008 loopt de preregistratiefase van REACH af. De preregistratie is een noodzakelijke voorwaarde om de registratie van een stof te mogen uitstellen tot 2010 of later. Zonder preregistratie verdwijnt de stof eind dit jaar van de markt. Sinds enkele maanden gebeurt er heel wat in de markt. Inmiddels is de eerste lijst van gepreregistreerde stoffen bekend, is er een 15-tal stoffen als zeer zorgwekkend opgenomen in bijlage XIV, zijn diverse Ni-consortia volop aan slag, e.d. Maar de markt is nog steeds zoekend naar de juiste antwoorden en begeleiding. Om deze reden heeft VOM in haar maandblad VOM INFO een speciale "REACH"rubriek gecreëerd. Bijgaand dossier verzamelt alle info die hierin verschenen is. Bovendien kunnen VOM-leden met hun REACH-vragen terecht op het VOM-secretariaat!
Download PDF - Reach
Brochure maakt kmo's wegwijs in REACH
Op 1 juni 2007 treedt REACH in werking. Vanaf dan moeten bedrijven beginnen informatie over chemische stoffen te verzamelen en uit te wisselen. Het VBO en de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie publiceren een gemeenschappelijke brochure Wegwijs in REACH die zich richt tot alle bedrijven, ongeacht hun sector.
Na een korte inleiding over het waarom en wat van REACH, geeft de brochure inzicht in het toepassingsgebied en de verantwoordelijkheden van de verschillende actoren. De REACH-verplichtingen verschillen immers al naar gelang de onderneming een fabrikant of invoerder van chemische stoffen is, een importeur van preparaten (samengesteld uit dergelijke stoffen), een 'downstreamgebruiker' of een verdeler. Er wordt ook nog een stappenplan aangereikt om een onderneming REACH-klaar te maken.
U vindt er ook de gegevens van een specifieke REACH-helpdesk bij de FOD Economie (groen nummer: 0800/120 33, e-mail: reachinfo@economie.fgov.be of de website en een verklarende woordenlijst.
REACH: REACH & KMO's
De preregistratie van REACH is volop op gang (1 juni 2008 – 30 november 2008). Leveranciers informeren hun klanten en downstream users zoeken naar technische gegevens en ondersteuning. Op 24 juni heeft VOM vzw, met medewerking van AGORIA, zich verdiept in de vraagstelling hoe oppervlaktebehandelaars zich op REACH moeten voorbereiden. Een summiere leidraad vindt u via bijgaande presentatie gemaakt door redactiemedewerker Frank Schelfaut.
Download PDF - Presentatie Frank
REACH : Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen
Op 29 oktober 2003 keurde de Europese Commissie een voorstel goed voor de hervorming van de Europese wetgeving inzake chemische stoffen. REACH (Registratie, Evaluatie, en Autorisatie van CHemische stoffen) is het wetsvoorstel dat de identificatie van de gevaarlijkste chemische stoffen mogelijk moet maken evenals de geleidelijke afbouw van de productie ervan. Als de wet er komt zal ze in alle landen van de Europese Unie van toepassing zijn.
Registratie, evaluatie en autorisatie
Registratie: Dit is de kern van REACH. Chemicaliën die in hoeveelheden van één ton of meer per jaar en per fabrikant of importeur worden vervaardigd of ingevoerd, worden in een centrale databank opgenomen. Voor de registratie wordt informatie gegeven over de eigenschappen, het gebruik en de gebruiksveiligheid van de chemicaliën. Hoeveel informatie wordt verlangd, hangt af van de vervaardigde hoeveelheid en de risico's van de stof. De veiligheidsinformatie wordt in de toeleveringsketen doorgegeven, zodat iedereen die chemicaliën gebruikt om andere producten te maken dit veilig en verantwoord kan doen, zonder gevaar voor de gezondheid van werknemers of consumenten en zonder milieuschade. Een nieuw Europees ChemicaliënAgentschap (ECA) wordt opgericht om de databank te beheren, de registratiedossiers te verzamelen en het publiek niet-vertrouwelijke informatie te geven.
Evaluatie : Er moeten twee soorten beoordelingen komen : een dossierbeoordeling en een stoffenbeoordeling. De dossierbeoordeling is verplicht voor elk voorstel voor dierproeven, vooral om het aantal dierproeven tot een minimum te beperken. Een dossierbeoordeling kan ook dienen om na te gaan of een registratie aan alle eisen voldoet.
De bevoegde instanties moeten een stof kunnen beoordelen als ze gegronde redenen hebben om te vermoeden dat ze een gevaar vormt voor de gezondheid van de mens of het milieu. Het gaat dan om een controle op de kwaliteit en de naleving.
Na beide soorten evaluatie kan om toelichting worden gevraagd. Uiteindelijk beslist het ECA of meer informatie wordt verlangd, als alle lidstaten daarmee instemmen. Als er geen overeenstemming is, beslist de Europese Commissie.
Autorisatie : Voor zeer zorgwekkende stoffen is in het voorgestelde systeem een vergunning van de Commissie nodig, die geldt voor een bepaald gebruik. Het gaat om CMR-stoffen (deze zijn kankerverwekkend en mutageen), PBT-stoffen (persistent, bioaccumulerend en toxisch), vPvB-stoffen (zeer persistent en sterk bioaccumulerend) en andere stoffen waarvan bekend is dat ze even ernstige en irreversibele gevolgen hebben voor de mens en het milieu. Als de risico's van het gebruik van zo'n stof afdoende worden beheerst, wordt een vergunning verleend. Als dat niet zo is, gaat de Commissie na hoe groot het risico is, of het gebruik van de stof sociaal en economisch belangrijk is en of er alternatieven zijn. Op basis van deze factoren beslist ze of ze voor de stof een vergunning verleent.
Tijdschema voor de herziening van het chemicaliënbeleid en de toepassing ervan
Een EU-wet formuleren en aannemen is een langdurig proces. Al in februari 2001 publiceerde de Europese Commissie (EC) haar White Paper over chemische stoffen. Hierin formuleerde ze ideeën over een verbeterd chemicaliënbeleid. In mei publiceerde de EC een eerste wetsvoorstel op internet. Tot 10 juli 2003 kon iedereen hierop reageren. De Commissie paste het oorspronkelijke wetsontwerp aan en in oktober 2003 werd het aldus gepubliceerd. Het voorstel zit nu in de wetgevende procedure tussen het Europese Parlement en de Raad, wat tot twee jaar kan duren.
29/10/2003 Wetsvoorstel gepubliceerd door de Commissie
Najaar 2003 De Commissie Milieu wordt aangewezen als rapporteur.Ad-hoc-werkgroep die de meeting van de Raden voor Milieu en Concurrentievermogen op 1 december voorbereiden.(Italiaans voorzitterschap)
Voorjaar 2004 De Commissie Milieu wordt aangewezen als hoofdcomité, in samenwerking met de Commissies voor Industrie, Juridische Zaken, Rechten van de Vrouw, Werkgelegenheid,…Bespreking en voorbereiding van de werkdocumenten in de betrokken Commissies.Voortzetting van de discussies in de ad-hoc-werkgroep. Discussies in de Raden voor Milieu en Concurrentievermogen.(Iers voorzitterschap)
Mei 2004 Het Parlement wordt ontbonden voor de verkiezingscampagne.
Juni 2004 Verkiezingen in 25 landen
Najaar 2004 Hervorming van de Commissie en toewijzing van een nieuwe rapporteur.De Commissies bereiden hun rapporten voor en nemen ze aan.Politieke overeenkomst(Nederlands voorzitterschap)
Jan 2005 1ste plenaire stemming (Parlement)(Luxemburgs voorzitterschap)
Juli 2005 Discussies in de Commissies en aanname van de rapporten.Raad neemt gezamenlijk standpunt in over de 1ste stemming van het Parlement.(Engels voorzitterschap)
Najaar 2005 2de plenaire stemming (parlement)Raad neemt gezamenlijk standpunt in over de 2de versie.De bemiddeling start.
Jan 2006 De bemiddeling eindigt.
Feb 2006 Gezamelijke tekst en publicatie in een officieel tijdschrift – regelgeving wordt wet in alle 25 lidstaten.
REACH zal in verschillende overgangsperiodes ingevoerd worden, afhankelijk van het productievolume:
De VNCI (NL) en Fedichem (B), twee brancheorganisaties voor de chemische industrie, onderschrijven enerzijds de doelstellingen van de Europese Commissie, nl. het waarborgen van veiligheid voor mens en milieu van productie en gebruik van stoffen en behoud of verbetering van de concurrentiepositie van de industrie. Anderzijds betwijfelen ze of deze doelstellingen met het huidige voorstel bereikt kunnen worden en heeft men een aantal kritische noten :
Het substitutieprincipe
Fedichem vindt dat als men over alternatieven beschikt die technisch en economisch haalbaar zijn, die in voldoende mate beschikbaar en minder schadelijk zijn, substitutie vanzelfsprekend is. Het wordt complexer, indien er geen alternatieven beschikbaar zijn. Het is niet zo dat –als er maar voldoende onderzoek gebeurt- er altijd een alternatief kan gevonden worden. Helaas zijn er verschillende producten die men niet zomaar kan vervangen. Een product als benzeen bijvoorbeeld, is een noodzakelijke stof in het productieproces van een aantal eindproducten en is daarin meestal onvervangbaar.
Fedichem waarschuwt ook voor een te simplistische benadering van het substitutieprincipe. Naast het onderzoek naar minder schadelijke alternatieve producten en nieuwe materialen, moet ook het onderzoek naar minder schadelijke technieken en nieuwe reacties en processen aangemoedigd worden. Ook het onderzoek naar alternatieve testmethoden die geen proefdieren gebruiken, kan Fedichem alleen maar aanmoedigen. Men moet er dan wel zeker van zijn dat de bekomen resultaten gelijkwaardig en even betrouwbaar zijn.
Duidelijkheid voor de industrie
Voldoende informatie is een rekbaar begrip en meer informatie biedt niet altijd een grotere garantie op een verhoogde veiligheid. Fedichem is van mening dat een risicogebaseerde aanpak een veel grotere garantie biedt om schadelijke producten snel op te sporen. De combinatie van het intrinsiek gevaar van een product en mogelijke blootstelling eraan is de aangewezen manier om 30.000 producten te testen en zeker te zijn dat de gestelde doelstelling wordt bereikt, nl. een betere bescherming van mens en milieu met behoud van onze economische welstand.
Gelijkaardige behandeling van producten en transparantie
Een gelijkaardige behandeling van producten, onafhankelijk van waar ze vandaan komen, is normaal. Maar hoe dat in de realiteit zal gaan met een aantal stoffen in eindproducten, zoals een televisie, blijft voor Fedichem een raadsel.
Fedichem onderschrijft verder de transparantie en het feit dat de overheid die moet garanderen. Transparantie wil volgens Fedichem echter niet zeggen dat men alle gegevens die de overheid vraagt, publiek beschikbaar maakt. Een bedrijf moet zich kunnen beschermen tegen bedrijfsspionage en de nodige confidentialiteit krijgen, zodat de hier ontwikkelde kennis niet illegaal buiten Europa gekopieerd wordt.
Idea-Consult-studie en andere studies
Deze impactstudie die gerealiseerd werd op initiatief van Fedichem, bevestigt dat alleen al voor de chemische industrie, de meerkosten van de extra tests en registraties van de chemische stoffen tussen 155 en 200 miljoen euro kunnen liggen (0,7% tot 0,9% van de jaarlijkse omzet). Dit betekent meer dan 40% van het mediaan nettoresultaat van de betrokken sector. De Idea-studie stelt ook dat het mogelijk is dat 30% van de chemische stoffen die onder REACH vallen uit het industrieel productgamma zullen verdwijnen.
Ook in Duitsland werden reeds meerdere studies uitgevoerd op initiatief van het BDI (Bundesverband der Deutschen Industrie, Het Verbond van Duitse Werkgevers) en op initiatief van de regering van Rijnland-Westfalen. Bij deze laatste studie werden 4 industriesectoren (textielveredeling, fabricage van schuimkunststoffen, galvanisatie en automobielverven) onderzocht en dit vooral op het niveau van KMO's. Men had met deze studie de bedoeling om de praktische toepasbaarheid van het systeem te onderzoeken : kan het inderdaad een evenwicht garanderen tussen enerzijds de bescherming van mens en milieu en anderzijds het behoud van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteiten van de chemische industrie. De resultaten van deze studie wijzen in dezelfde richting als die van de Idea-Consult-studie :
REACH zal leiden tot een beperkter gamma aan geproduceerde, ingevoerde en gebruikte stoffen.
De registratie en evaluatie van producten zal van bedrijven een enorme investering vragen op het vlak van tijd, geld en personeel. Dit maakt het voor Europese bedrijven moeilijk om op wereldvlak concurrentieel te blijven.
Bovendien zullen vele kleine en middelgrote ondernemingen die gebruik maken van chemische producten (en zeker die op het einde van de productieketen) zelf niet in staat zijn om de door REACH opgelegde productevaluaties door te voeren (en zeker niet zonder vereenvoudiging van de reglementering of steun vanuit overheidsdiensten, federaties in de industrie, leveranciers,…).
Het zou erop neerkomen dat de bedrijven deze opdracht moeten uitbesteden aan externe adviseurs en onderzoeksinstellingen (met de daaraan gepaarde kosten). Bedrijven vrezen dat ze hierdoor hun know-how niet meer voldoende kunnen beschermen.
De chemische industrie in Nederland en België bepleit een meer doelgerichte, eenvoudigere en effectievere wetgeving.
Voor meer informatie:
Download PDF - Reach
Brochure maakt kmo's wegwijs in REACH
Op 1 juni 2007 treedt REACH in werking. Vanaf dan moeten bedrijven beginnen informatie over chemische stoffen te verzamelen en uit te wisselen. Het VBO en de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie publiceren een gemeenschappelijke brochure Wegwijs in REACH die zich richt tot alle bedrijven, ongeacht hun sector.
Na een korte inleiding over het waarom en wat van REACH, geeft de brochure inzicht in het toepassingsgebied en de verantwoordelijkheden van de verschillende actoren. De REACH-verplichtingen verschillen immers al naar gelang de onderneming een fabrikant of invoerder van chemische stoffen is, een importeur van preparaten (samengesteld uit dergelijke stoffen), een 'downstreamgebruiker' of een verdeler. Er wordt ook nog een stappenplan aangereikt om een onderneming REACH-klaar te maken.
U vindt er ook de gegevens van een specifieke REACH-helpdesk bij de FOD Economie (groen nummer: 0800/120 33, e-mail: reachinfo@economie.fgov.be of de website en een verklarende woordenlijst.
REACH: REACH & KMO's
De preregistratie van REACH is volop op gang (1 juni 2008 – 30 november 2008). Leveranciers informeren hun klanten en downstream users zoeken naar technische gegevens en ondersteuning. Op 24 juni heeft VOM vzw, met medewerking van AGORIA, zich verdiept in de vraagstelling hoe oppervlaktebehandelaars zich op REACH moeten voorbereiden. Een summiere leidraad vindt u via bijgaande presentatie gemaakt door redactiemedewerker Frank Schelfaut.
Download PDF - Presentatie Frank
REACH : Registratie, Evaluatie en Autorisatie van Chemische stoffen
Op 29 oktober 2003 keurde de Europese Commissie een voorstel goed voor de hervorming van de Europese wetgeving inzake chemische stoffen. REACH (Registratie, Evaluatie, en Autorisatie van CHemische stoffen) is het wetsvoorstel dat de identificatie van de gevaarlijkste chemische stoffen mogelijk moet maken evenals de geleidelijke afbouw van de productie ervan. Als de wet er komt zal ze in alle landen van de Europese Unie van toepassing zijn.
Registratie, evaluatie en autorisatie
Registratie: Dit is de kern van REACH. Chemicaliën die in hoeveelheden van één ton of meer per jaar en per fabrikant of importeur worden vervaardigd of ingevoerd, worden in een centrale databank opgenomen. Voor de registratie wordt informatie gegeven over de eigenschappen, het gebruik en de gebruiksveiligheid van de chemicaliën. Hoeveel informatie wordt verlangd, hangt af van de vervaardigde hoeveelheid en de risico's van de stof. De veiligheidsinformatie wordt in de toeleveringsketen doorgegeven, zodat iedereen die chemicaliën gebruikt om andere producten te maken dit veilig en verantwoord kan doen, zonder gevaar voor de gezondheid van werknemers of consumenten en zonder milieuschade. Een nieuw Europees ChemicaliënAgentschap (ECA) wordt opgericht om de databank te beheren, de registratiedossiers te verzamelen en het publiek niet-vertrouwelijke informatie te geven.
Evaluatie : Er moeten twee soorten beoordelingen komen : een dossierbeoordeling en een stoffenbeoordeling. De dossierbeoordeling is verplicht voor elk voorstel voor dierproeven, vooral om het aantal dierproeven tot een minimum te beperken. Een dossierbeoordeling kan ook dienen om na te gaan of een registratie aan alle eisen voldoet.
De bevoegde instanties moeten een stof kunnen beoordelen als ze gegronde redenen hebben om te vermoeden dat ze een gevaar vormt voor de gezondheid van de mens of het milieu. Het gaat dan om een controle op de kwaliteit en de naleving.
Na beide soorten evaluatie kan om toelichting worden gevraagd. Uiteindelijk beslist het ECA of meer informatie wordt verlangd, als alle lidstaten daarmee instemmen. Als er geen overeenstemming is, beslist de Europese Commissie.
Autorisatie : Voor zeer zorgwekkende stoffen is in het voorgestelde systeem een vergunning van de Commissie nodig, die geldt voor een bepaald gebruik. Het gaat om CMR-stoffen (deze zijn kankerverwekkend en mutageen), PBT-stoffen (persistent, bioaccumulerend en toxisch), vPvB-stoffen (zeer persistent en sterk bioaccumulerend) en andere stoffen waarvan bekend is dat ze even ernstige en irreversibele gevolgen hebben voor de mens en het milieu. Als de risico's van het gebruik van zo'n stof afdoende worden beheerst, wordt een vergunning verleend. Als dat niet zo is, gaat de Commissie na hoe groot het risico is, of het gebruik van de stof sociaal en economisch belangrijk is en of er alternatieven zijn. Op basis van deze factoren beslist ze of ze voor de stof een vergunning verleent.
Tijdschema voor de herziening van het chemicaliënbeleid en de toepassing ervan
Een EU-wet formuleren en aannemen is een langdurig proces. Al in februari 2001 publiceerde de Europese Commissie (EC) haar White Paper over chemische stoffen. Hierin formuleerde ze ideeën over een verbeterd chemicaliënbeleid. In mei publiceerde de EC een eerste wetsvoorstel op internet. Tot 10 juli 2003 kon iedereen hierop reageren. De Commissie paste het oorspronkelijke wetsontwerp aan en in oktober 2003 werd het aldus gepubliceerd. Het voorstel zit nu in de wetgevende procedure tussen het Europese Parlement en de Raad, wat tot twee jaar kan duren.
29/10/2003 Wetsvoorstel gepubliceerd door de Commissie
Najaar 2003 De Commissie Milieu wordt aangewezen als rapporteur.Ad-hoc-werkgroep die de meeting van de Raden voor Milieu en Concurrentievermogen op 1 december voorbereiden.(Italiaans voorzitterschap)
Voorjaar 2004 De Commissie Milieu wordt aangewezen als hoofdcomité, in samenwerking met de Commissies voor Industrie, Juridische Zaken, Rechten van de Vrouw, Werkgelegenheid,…Bespreking en voorbereiding van de werkdocumenten in de betrokken Commissies.Voortzetting van de discussies in de ad-hoc-werkgroep. Discussies in de Raden voor Milieu en Concurrentievermogen.(Iers voorzitterschap)
Mei 2004 Het Parlement wordt ontbonden voor de verkiezingscampagne.
Juni 2004 Verkiezingen in 25 landen
Najaar 2004 Hervorming van de Commissie en toewijzing van een nieuwe rapporteur.De Commissies bereiden hun rapporten voor en nemen ze aan.Politieke overeenkomst(Nederlands voorzitterschap)
Jan 2005 1ste plenaire stemming (Parlement)(Luxemburgs voorzitterschap)
Juli 2005 Discussies in de Commissies en aanname van de rapporten.Raad neemt gezamenlijk standpunt in over de 1ste stemming van het Parlement.(Engels voorzitterschap)
Najaar 2005 2de plenaire stemming (parlement)Raad neemt gezamenlijk standpunt in over de 2de versie.De bemiddeling start.
Jan 2006 De bemiddeling eindigt.
Feb 2006 Gezamelijke tekst en publicatie in een officieel tijdschrift – regelgeving wordt wet in alle 25 lidstaten.
REACH zal in verschillende overgangsperiodes ingevoerd worden, afhankelijk van het productievolume:
- 3 jaar: carcinogenen, mutagenen en stoffen die schadelijk zijn voor de voortplanting
- 3 jaar: stoffen met een jaarlijkse productie van meer dan 1000 ton
- 6 jaar: stoffen met een jaarlijkse productie van 100 tot 1000 ton
- 11 jaar: stoffen met een jaarlijkse productie van 1 tot 100 ton
De VNCI (NL) en Fedichem (B), twee brancheorganisaties voor de chemische industrie, onderschrijven enerzijds de doelstellingen van de Europese Commissie, nl. het waarborgen van veiligheid voor mens en milieu van productie en gebruik van stoffen en behoud of verbetering van de concurrentiepositie van de industrie. Anderzijds betwijfelen ze of deze doelstellingen met het huidige voorstel bereikt kunnen worden en heeft men een aantal kritische noten :
Het substitutieprincipe
Fedichem vindt dat als men over alternatieven beschikt die technisch en economisch haalbaar zijn, die in voldoende mate beschikbaar en minder schadelijk zijn, substitutie vanzelfsprekend is. Het wordt complexer, indien er geen alternatieven beschikbaar zijn. Het is niet zo dat –als er maar voldoende onderzoek gebeurt- er altijd een alternatief kan gevonden worden. Helaas zijn er verschillende producten die men niet zomaar kan vervangen. Een product als benzeen bijvoorbeeld, is een noodzakelijke stof in het productieproces van een aantal eindproducten en is daarin meestal onvervangbaar.
Fedichem waarschuwt ook voor een te simplistische benadering van het substitutieprincipe. Naast het onderzoek naar minder schadelijke alternatieve producten en nieuwe materialen, moet ook het onderzoek naar minder schadelijke technieken en nieuwe reacties en processen aangemoedigd worden. Ook het onderzoek naar alternatieve testmethoden die geen proefdieren gebruiken, kan Fedichem alleen maar aanmoedigen. Men moet er dan wel zeker van zijn dat de bekomen resultaten gelijkwaardig en even betrouwbaar zijn.
Duidelijkheid voor de industrie
Voldoende informatie is een rekbaar begrip en meer informatie biedt niet altijd een grotere garantie op een verhoogde veiligheid. Fedichem is van mening dat een risicogebaseerde aanpak een veel grotere garantie biedt om schadelijke producten snel op te sporen. De combinatie van het intrinsiek gevaar van een product en mogelijke blootstelling eraan is de aangewezen manier om 30.000 producten te testen en zeker te zijn dat de gestelde doelstelling wordt bereikt, nl. een betere bescherming van mens en milieu met behoud van onze economische welstand.
Gelijkaardige behandeling van producten en transparantie
Een gelijkaardige behandeling van producten, onafhankelijk van waar ze vandaan komen, is normaal. Maar hoe dat in de realiteit zal gaan met een aantal stoffen in eindproducten, zoals een televisie, blijft voor Fedichem een raadsel.
Fedichem onderschrijft verder de transparantie en het feit dat de overheid die moet garanderen. Transparantie wil volgens Fedichem echter niet zeggen dat men alle gegevens die de overheid vraagt, publiek beschikbaar maakt. Een bedrijf moet zich kunnen beschermen tegen bedrijfsspionage en de nodige confidentialiteit krijgen, zodat de hier ontwikkelde kennis niet illegaal buiten Europa gekopieerd wordt.
Idea-Consult-studie en andere studies
Deze impactstudie die gerealiseerd werd op initiatief van Fedichem, bevestigt dat alleen al voor de chemische industrie, de meerkosten van de extra tests en registraties van de chemische stoffen tussen 155 en 200 miljoen euro kunnen liggen (0,7% tot 0,9% van de jaarlijkse omzet). Dit betekent meer dan 40% van het mediaan nettoresultaat van de betrokken sector. De Idea-studie stelt ook dat het mogelijk is dat 30% van de chemische stoffen die onder REACH vallen uit het industrieel productgamma zullen verdwijnen.
Ook in Duitsland werden reeds meerdere studies uitgevoerd op initiatief van het BDI (Bundesverband der Deutschen Industrie, Het Verbond van Duitse Werkgevers) en op initiatief van de regering van Rijnland-Westfalen. Bij deze laatste studie werden 4 industriesectoren (textielveredeling, fabricage van schuimkunststoffen, galvanisatie en automobielverven) onderzocht en dit vooral op het niveau van KMO's. Men had met deze studie de bedoeling om de praktische toepasbaarheid van het systeem te onderzoeken : kan het inderdaad een evenwicht garanderen tussen enerzijds de bescherming van mens en milieu en anderzijds het behoud van het concurrentievermogen en de innovatieve capaciteiten van de chemische industrie. De resultaten van deze studie wijzen in dezelfde richting als die van de Idea-Consult-studie :
REACH zal leiden tot een beperkter gamma aan geproduceerde, ingevoerde en gebruikte stoffen.
De registratie en evaluatie van producten zal van bedrijven een enorme investering vragen op het vlak van tijd, geld en personeel. Dit maakt het voor Europese bedrijven moeilijk om op wereldvlak concurrentieel te blijven.
Bovendien zullen vele kleine en middelgrote ondernemingen die gebruik maken van chemische producten (en zeker die op het einde van de productieketen) zelf niet in staat zijn om de door REACH opgelegde productevaluaties door te voeren (en zeker niet zonder vereenvoudiging van de reglementering of steun vanuit overheidsdiensten, federaties in de industrie, leveranciers,…).
Het zou erop neerkomen dat de bedrijven deze opdracht moeten uitbesteden aan externe adviseurs en onderzoeksinstellingen (met de daaraan gepaarde kosten). Bedrijven vrezen dat ze hierdoor hun know-how niet meer voldoende kunnen beschermen.
De chemische industrie in Nederland en België bepleit een meer doelgerichte, eenvoudigere en effectievere wetgeving.
Voor meer informatie:







