Actualiteit

REACH: autorisatie CrO3 nakend? Consortium: beslis voor 15 maart 2012! (16.02.2012)


Op 1 februari werd bij Agoria een bijeenkomst gehouden met leden van Agoria en VOM vzw om een stand van zaken op te maken ivm zeswaardige chroomverbindingen. Bij volgende nota werd dankbaar gebruik gemaakt van het verslag van P. Van den Bossche, directeur sector metalen en materialen binnen AGORIA.

1. Stand van zaken wetgevend vlak

Na de discussie tussen experten op Europees vlak werd door ECHA een voorstel overgemaakt aan de Europese Commissie om de verschillende chroomverbindingen op te nemen op de autorisatielijst. De limiet voor het indienen van een autorisatiedossier werd vastgelegd op november 2014 waarbij de zogenaamde 'sunset date' vastgelegd werd op mei 2016. Geen enkele globale uitzondering werd gegeven waarbij het tijdskader voor de autorisatie met slechts een 3-tal maanden verlengd werd.

De volgende stap in de procedure is dat de Europese Commissie een wetgevend voorstel opmaakt gebaseerd op de opinie van ECHA. Dit zal voorgelegd worden aan het REACH Comité zoals voorzien in artikel 133, waarin opnieuw de lidstaten zetelen. Ook het Europees Parlement heeft nog het recht om dit voorstel in principe te verwerpen. Momenteel wordt nog druk gezet op de Europese Commissie om dit dossier alsnog aan te passen.

Belangrijke elementen in dit kader zijn de focus op proportionaliteit van de maatregel, het eventueel invoeren van een blootstelling limietwaarde (OEL) alsook het gebruik van een beperking eerder dan een autorisatie. Dit laatste bestaat al en is het omgekeerde van een autorisatie, met name alle gebruiken zijn toegelaten behalve diegene die beperkt worden. Tevens is een beperking ook van toepassing op ingevoerde producten. Verwacht wordt dat de Europese Commissie een voorstel tegen einde februari zal voorleggen (20 februari). Experten schatten de kansen op fundamentele wijzigingen eerder gering. Finaal zal het wetsvoorstel dat binnenkort voorgelegd wordt door de Europese Commissie vermoedelijk pas in februari 2013 gepubliceerd worden.

2. Mogelijke opties voor de bedrijven

Bedrijven die op dit moment chroom gebruiken, hebben in principe verschillende opties en Agoria en VOM raden dan ook aan om een gedegen strategische analyse door te voeren.

Een eerste belangrijk element is de strategische keuze om al dan niet verder te gaan met het gebruik van chroomverbindingen. Dit is uiteraard bedrijfsspecifiek: rol van chroomverbindingen bij productie? de mogelijkheden van alternatieven? de problematiek (werk, kosten) van eventuele herzieningen van een autorisatie en de onzekerheid hieraan gekoppeld? de ouderdom van de installatie, de marktevolutie en het potentieel, enz. Indien de analyse aangeeft dat men toch verder wil gaan met het gebruik van chroomverbindingen dan zijn er diverse mogelijkheden om te komen tot een autorisatie.

1. Een eerste mogelijkheid is om te vertrouwen op het initiatief van de leverancier en gebruik te maken van zijn autorisatie. Belangrijk is hier om zeker te zijn dat uw gebruik afgedekt wordt door het autorisatiedossier dat ingediend werd door de leverancier. Bijkomend zal de leverancier de voorwaarden van het gebruik bepalen waarbij de gebruiker hieraan uiteraard moet voldoen. Dit kan eventueel als gevolg hebben dat er aanpassingen en investeringen nodig zijn aan de installatie om te voldoen aan de eisen van de leverancier. Als bedrijf krijgt men in dat geval een sterke afhankelijkheid ten aanzien van de leverancier van de stof. Dit kan uiteraard een impact hebben op de kostprijs en de lange termijn beschikbaarheid.

2. Een andere optie is zelf een autorisatiedossier aan te vragen voor zijn eigen gebruik. Dit kan door dit dossier zelf op te stellen of door toe te treden in een consortium (zie verder). Een belangrijk voordeel is dat men hierdoor het dossier zelf in handen heeft en een vrije keuze van leverancier heeft. Uiteraard heeft dit een kostprijs daar men zowel een dossier moet opmaken als een fee moet betalen aan ECHA. Bij de participatie in een consortium gaat in principe deze kostprijs dalen.

Bedrijven dienen op zeer korte termijn een gedegen analyse te maken van hun specifieke situatie.

3. Autorisatieprocedure

De autorisatieprocedure vertrekt van het opmaken van een uitgebreid dossier dat naderhand ingediend moet worden via IUCLID en REACH-IT bij ECHA. Het vertrekpunt is het chemisch veiligheidsrapport, al dan niet bestaand, waarin de risico's van het gebruik van chroom beschreven wordt. Daarnaast dient men een overzicht van alle mogelijke alternatieven op te maken en indien er haalbare alternatieven (inclusief het brede economisch aspect met directe en indirecte effecten) geïdentificeerd werden, dient men eveneens een substitutieplan op te maken. Een belangrijk element bij de analyse van de alternatieven is dat deze duidelijk minder risico's dienen te vertonen.

Specifiek voor chroom is er ook de verplichting om een socio-economische analyse door te voeren daar dit een stof is zonder blootstelling limietwaarden en het aldus niet mogelijk is om aan te tonen dat de risico's adequaat beheerst worden. Voor de verschillende onderdelen van een dergelijk autorisatiedossier bestaan er templates op de website van ECHA die gebruikt kunnen worden. Tevens bestaan er verschillende gidsen onder andere over de autorisatieprocedure en over de manier waarop een socio-economische analyse doorgevoerd kan worden.

4. Stand van zaken chroomtrioxide consortium

Tijdens de vergadering komt de manager van het consortium in opmaak (McKenna Long & Aldridge) meer uitleg verschaffen over de stand van zaken alsook enkele vragen beantwoorden. Er werden in het totaal zeven verschillende brede gebruiksgroepen voorzien in het consortium, ondermeer: hardchroom, decoratief verchromen, andere oppervlaktebehandelingen met CrVI in het oppervlak, en zonder CrVI in het oppervlak.

Er zal voldoende ruimte voorzien worden om voor specifieke submarkten in voldoende detail te gaan om onder andere de specifieke socio-economische analyse door te voeren. Het is wel belangrijk om in het consortium voldoende kritische massa van betrokken bedrijven te hebben zodat dit in detail opgesteld kan worden. Langs de andere kant zullen er ook grenzen zijn, voornamelijk omwille van de concurrentiewetgeving.

Het budget is een eerste ruwe inschatting en zeker niet finaal. Het vertrekpunt van de manager van het consortium is dat ongeveer 50% van het budget nodig zal zijn voor generieke activiteiten en 50% voor specifieke markten. Hun inschatting vertrekt van een budget van ongeveer 1,5 mln euro, waarbij dit volgens de bedrijfsgrootte verdeeld zal worden onder de deelnemers van het consortium. Belangrijk is dat bedrijven weliswaar moeten intekenen voor 15 maart 2012. Er is een afkoelingsperiode voorzien voor deze gebruiken waar er slechts enkele bedrijven zouden wensen deel te nemen aan het consortium waardoor de kostprijs sterk zou stijgen.

Het blijft mogelijk om naderhand nog een zogenaamde 'letter of access' te kopen, doch het is duidelijk dat er geen beïnvloeding is van de informatie die gegenereerd zal worden in het consortium. De kosten voor een 'letter of access' zullen ook hoger liggen (+30%) dan de participatie in het consortium daar een deel van deze opbrengst gebruikt zal worden om de effectieve leden van het consortium te compenseren voor het gedane werk.

Met betrekking tot de mogelijke problematiek van confidentialiteit zal er indien nodig gewerkt worden met een zogenaamde derde partij om deze te garanderen. Het is de bedoeling op dit moment dat het consortium langer zal blijven bestaan om eventuele aanpassingen in de toekomst nog door te voeren.

Bedrijven die interesse hebben, vragen of meer informatie wensen over het consortium kunnen altijd Agoria, VOM of rechtstreeks McKenna Long & Aldridge, mevr. Ursula Schliessner contacteren via hun website. Eind februari zal er een beter zicht zijn op het aantal deelnemers in dit Europees consortium.

Voor meer details, stuur een mailtje:
info@vom.be

Interessante websites:
http://www.mckennalong.com/news-publications-565.html
https://sites.google.com/site/chroom6/home